Het Olympisch gewichtheffen bestaat uit twee onderdelen. Bij elk onderdeel heeft een atleet drie pogingen om een zo hoog mogelijk gewicht te verplaatsen. Atleten komen hierbij uit in verschillende gewichtsklassen:
Heren -56 -62 -69 -77 -85 -94 -105 +105 kg
Dames -48 -53 -58 -63 -69 -75 +75 kg

Snatch

Het eerste onderdeel is de Snatch, het trekken, hierbij moet de halter in één vloeiende beweging met gestrekte armen tot boven het hoofd gebracht worden. De Snatch start door de halterstang met beide handen in bovengreep vast te pakken. Tot onder de knieën wordt vooral gewerkt met een strekking van de romp en benen. Bij het optrekken wordt de halter daarna doorgetrokken tot het uiteinde van het borstbeen. De schouderbladen worden rugwaarts omhoog en naar elkaar toe getrokken. In combinatie met been- en heupstrekking worden de armen gebogen zodra de halterstang voorbij de heup getrokken wordt. Nu komt de moeilijkste fase voor de atleet: de halter wordt omgezet. Hierbij is de versnelling van de halter zo groot geworden dat de sporter de halter kan laten zweven om zichzelf onder de stang te brengen.

Clean & Jerk

Bij het tweede onderdeel Clean & Jerk wordt het optrekken van de halter tot bij de navel doorgezet. Daarna is een belangrijke tussenfase toegestaan. De halter wordt vanuit het optrekken omgezet tot op de voorste schouderspieren. Deze beweging staat bekend onder de naam Clean (voorslaan).

Het voorslaan is een opvangfase van de halter. De handen worden rond de stang gedraaid, de ellebogen komen naar voren. Gewichtheffers spreken ook wel over “jezelf onder de stang trekken en duwen”. Vanuit de opvangfase komt de gewichtheffer terug in gestrekte stand. Nadat de halter is voorgeslagen en de sporter terug in de strekstand staat wordt de halter uitgestoten tot de armen gestrekt boven het lichaam zijn; de Jerk. Meestal wordt dit gedaan met een uitvalsprong. De sporter landt in de uitvalstand en vanuit deze basis worden de armen het laatste stuk gestrekt. Tot slot komt de atleet vanuit deze stand terug tot gestrekte stand met de voeten evenwijdig naast elkaar.

Technische fouten…

Door de snelheid van het gewichtheffen is het moeilijk de fouten in de bewegingen te herkennen. De belangrijkste (stijl)fouten, die men kan proberen te ontdekken bij de atleten, worden hieronder opgenoemd:
tot onder de knieën:
– gebogen rug,
– gebogen armen,
– heupen te snel omhoog.

doortrekken tot voorbij de heupen:
– in plaats van de schouderbladen in te trekken, wordt de buik naar voren geduwd,
– de halter voor het lichaam brengen in plaats van bij het lichaam te houden,
– het hoofd naar voren “kippen” als de halter opgetrokken wordt,
– de schouders naar de oren trekken in plaats van de bovenarmen zijwaarts te heffen,
– een te vroege arm- of teeninzet.

omzetten van de halter:
– de stang met strakke polsen omzetten, de polsen worden wringend belast,
– in diepe kniebuigzit een bolle rug maken,
– (stoten) tijdens de beenstrekfase de bovenarmen naar beneden laten wijzen,
– tijdens de beenstrekfase de hakken losbrengen (=balans op de tenen),
– de voeten te smal of te wijd na de sprongfase neerzetten,
– de knieën bij elkaar brengen tijdens het strekken.

bij het stoten:
– verkeerde voetplaatsing,
– onafgemaakte strekfase voor de sprong,
– te vroege armstrekking,
– te korte of te lange sprong.

Gewichtheffen is…
  • Een Olympische tak van sport
  • techniek
  • snelheid
  • kracht
  • beheersing
  • behendigheid
  • explosief
  • spectaculair
  • grensverleggend
  • topsport
  • goed voor de conditie
  • en ook te doen bij fitness!